geschiedenis in Nederland

De geschiedenis van de langlauf-, rolski- en biatlonsport in Nederland

(Het onderstaande verslag en chronologisch overzicht is een tweede aanzet tot een zo compleet mogelijke Nederlandse geschiedenis van de noordse sporten. Aanvullingen en opmerkingen zijn zeer welkom en kunnen bijdragen aan een completer overzicht. Reacties s.v.p. naar sid.teeling@aon.at).

De eerste stappen
In 1968 hield de Nederlandse Ski Vereniging een lezingtoernee, met als onderwerp: het langlaufen. In het januarinummer van 1969 van het magazine ‘SKI‘ roept men diegenen, die zich voor deze tak van skisport interesseren, op zich te melden bij het bureau van de N.Ski V. Dit was de eerste aanzet tot georganiseerd langlaufen in Nederland.
Voor die tijd werd er al op kleine schaal door Nederlanders gelanglauft. In 1970 gingen de eerste mariniers in N.A.V.O.-verband de sneeuw in en in hetzelfde jaar deden Jan de Jong (Blaricum) en Dick Vervloet (Amersfoort) mee aan de al eerder genoemde Vasaloppet. Langzamerhand gaan er ook steeds meer Nederlanders tijdens hun wintersportvakantie langlaufen. Sinds 1970 zijn de mariniers met langlaufen bezig. Vooral de oefeningen in NAVO-verband in Noorwegen dragen er toe bij, dat deze mariniers voldoende faciliteiten krijgen om zich tot zeer behoorlijke langlaufers te ontwikkelen. In 1975 worden de eerste NK langlaufen in Hornsjø (Noorwegen) georganiseerd met een 15 en 30 kilometer op 1 dag voor de heren. Omdat er uiteindelijk maar 1 vrouw deelnam (Marleen Straub) was er in het eerste jaar geen NK voor de vrouwen.

De Nederlandse Ski Vereniging, de eerste langlauf- en rolskiclubs en de NLRF
was en is de bond, die voor de belangen van skiënd en langlaufend Nederland opkwam/komt. In 1969 werd de commissie langlauf opgericht. Deze commissie, onder voorzitterschap van Henk de Boer, behartigde de belangen van de langlaufers en organiseerde de NK langlauf tot het ontstaan van de NLRF in 1983. In 1978 werd de Eerste Nederlandse Langlaufvereniging Rotterdam-Westland (o.a. George Brouwer) opgericht, gevolgd door de Amersfoortse Keiski-club (Richard van Egdom) in 1979. In 1977 werd de eerste rolskivereniging opgericht, de Truma Rolski Club, de latere Nederlandse Rolski Vereniging (Rob Vermeulen). Met de toenemende populariteit van de langlaufsport, werden er daarna nog diverse clubs opgericht (rond 1990 waren er 20 bij de N.Ski.V. aangesloten verenigingen en ook nog wat „wilde“. Om een sterkere positie binnen de Nederlandse Ski Vereniging te verwerfen, die tot dan toe zeer alpineski-georienteerd was, werd in het voorjaar van 1983 de Nederlandse Langlauf- en Rolski Federatie (NLRF) opgericht. Onderhandelingen met de N.Ski.V onder leiding van voorzitter Siem Teeling, leidden ertoe, dat de NLRF een afdeling werd van de Nederlandse Ski Vereniging. De naam afdeling NLRF van de N.Ski.V werd later omgedoopt in Afdeling Langlauf en Rolski van de Nederlandse Ski Vereniging.
De verenigingen bestonden in de beginjaren vooral uit wedstrijdlanglaufers, maar ook de langlaufende recreant kwam steeds beter aan bod. De verenigingen zorgden voor trainingen, organiseerden wedstrijden en toertochten op zowel langlauf- als rolskigebied en onderhielden de contacten over bijvoorbeeld de Nederlandse kampioenschappen. Langzamerhand werden er ook meer recreatieve rolskiclubs opgericht.

Dominantie van de mariniers
In de beginjaren van het wedstrijd-langlaufen, rolskiën en biatlon in Nederland gaven leden van het korps mariniers de toon aan. Zoals vermeld zijn er sinds 1970 Nederlandse manniers, die een groot deel van het jaar in de Noorse sneeuw doorbrengen. Zij worden hierdoor niet alleen prima langlaufers, maar beoefenen ook de sinds 1964 olympische tak van sport: biathlon. De mariniers namen sinds 1978 diverse malen deel aan de wereldkampioenschappen langlauf en biatlon. De eerste Nederlandse kampioenen waren Joop Teeuwisse, Jos Smits, John van Zanten en Klaas Vos. In 1979 wist Harald Herzog als eerste burger de dominantie van de mariniers te doorbreken door in Ramsau zijn eerste NK-titel te halen. In 1980 won Herzog alle titels. Vervolgens brak het tijdperk Martin Aalbersberg aan. Van 1981 tot en met 1984 won hij alle nationale titels op één na, de 50 km titel van 1982, die (bij het niet deelnemen van Aalbersberg) voor Hans Biesboer was. Overigens was Hans Biesboer de enige, die aan alle 10 eerste NK‘s deelnam. In 1984 werd de toen 17-jarige Ruben Krouwel al tweede op de NK en met de winst in 1985 begon het tijdperk Krouwel, dat tot 1992 zou duren.

Bij de dames veel verschillende kampioenen.
Bij de dames kon je niet van een tijdperk spreken. De eerste Nederlands kampioene werd atlete Ilja Keizer. Daarna kwamen Hannie van Dieten, Marijke Bestenbreur, Gitta Kappetein, Gea Sonneveld, Bianca Teeling en weer Gitta Kappetein.

Rolski in de beginjaren
Rolski was in de beginfase met name een goede trainingsvorm voor de wedstrijdlanglaufers. In 1978 werd in Schaarsbergen de eerste rolskiwedstrijd georganiseerd. De eerste NK was in 1979 op het prachtige heuvelachtige parkoers op het militaire oefengebied de Vlasakkers bij Soesterberg met de mariniers en Harald Herzog in de hoofdrollen. In 1980 was er al de eerste door het materiaal beinvloede wedstrijd. Terwijl bijna alle deelnemers nog op de “langzame” Roleto Touring of Truma’s rolden waren er twee die de snelle Roleto Racing in de strijd brachten: Hans Biesboer en George Brouwer. Biesboer won deze NK. Verder was er deze NK de doorbraak van Erik Schalkwijk en de latere bondscoach Sidney Teeling. Erik Schalkwijk werd bijna alleen maar dubbelstokkend B-kampioen, waarna hij vervolgens enkele jaren samen met met Martin Willems het rolskiveld in Nederland zou domineren. Zij deden dit voornamelijk dubbelstokkend en finsteppend. Toen de schaatspas echt doorbrak werd hun rol overgenomen door de langlaufers Krouwel, Puijk, Hopman en Vemeulen. Bij de dames waren er in die tijd weer veel wisselende kampioenen: Anja Wolthuis, Inge Stevens, Ria Uijtewaal en Marianne Vlasveld, later gevolgd door Carolien ten Bosch, Helene van Schijndel en eenmaal Ilonka Vavra.

Kernploegen en coaches
In 1977? werd de eerste langlaufkernploeg gevormd. De Noor Sven Hoydal was de eerste bondscoach van in het begin alleen maar mariniers. Harald Herzog en later Hans Biesboer waren de eerste burgers in de kernploeg, die in 1979 werd uitgebreid met vrouwen en jeugdleden. In 1980 werd atletiektrainer Bob Boverman bondscoach. Onder zijn leiding werd een een echte jeugdploeg opgezet. Van de mariniersploeg bleef eigenlijk alleen Martin Aalbersberg als langlaufer over. Boverman begon, na korte experimenten met de Duitser Fritz Becker en de Oostenrijker Werner Krischian, met de Tsjech Marian von Weber als assistent. Later werd deze opgevolgd door ex-marinier George Jeremic. In 1984 werd het kontrakt van Boverman en Jeremic niet verlengd en werden Sidney Teeling en Hans Biesboer de twee nieuwe part-time coaches. Onder hun leiding werd het werk met de jeugd voortgezet, maar kregen ook de oudere langlaufers weer kansen. Biesboer stopte in 1987, waarna Teeling full-time doorging. Het aantal selectieleden bereikte in 1989 haar hoogtepunt met 50 leden. In de jaren 80 hadden de selecties ook een chef d‘equipe. Deze functie werd achtereenvolgens door Dick de Bles en Ellen van de Bunt ingevuld. De jeugdploeg vanuit het begin van de 80-er jaren had onder leiding van Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld het roer overgenomen. De ouderen vonden onderdak in het succesvolle Marathon Team. In 1989 waren er voor het eerst ook echte rolskiselectieleden: Erik en Tjerk Schalkwijk. Tot dan zaten alle rolskiërselectieleden ook in de langlaufselectie. In 1989 wordt Rita van Driel assistent-bondscoach, met als voornaamste taak talentontwikkeling en later gehandicapten langlauf- en biatlon.

Talentwerving, jeugdbeleid
Zoals vermeld was bondscoach Bob Boverman al met het jeugdwerk gestart. Via de eerste jeugdkampioenschappen van 1979, 1980 en 1981 kwamen de eerste talenten bovendrijven, waaronder Ruben Krouwel, Kees Puijk, Rijk Willemsen, Andre van Prooyen en Marianne den Heijer. In 1982 organiseerde Boverman de eerste talentendag op Papendal. De besten uit die talentwerving mochten mee op kerststage naar het Fransa Autrans. Hier onstond de ploeg, die voor jaren de dienst in de langlaufwereld zou gaan uitmaken. Bij Ruben Krouwel en Kees Puijk voegden zich Nils Boomsma, Marjorie v.d. Bunt en Helene van Schijndel. Wat kwamen Niels Hopman, Marianne Vlasveld en Rob en Inge Stevens bij deze groep. In 1984 pakten de nieuwe bondscoaches Teeling en Biesboer deze draad op en kregen daarbij vooral steun van de langlaufclubs RW en Keiski. Uit de jeugd van RW kwamen namen als Gijsbregt en Alewijn Brouwer, Dolf en Dorien Hoogwerf, Katinka en Jelmar van Beek en later Elsbeth en Annemarie Straub en Susan van Duijl. Onder leiding van de drijvende kracht bij Keiski Richard van Egdom werden talenten als Ricardo Verschuure, Remco Zieltjens, Gert-Jan en Remco van Rheenen en Mark en Jasper v.d. Reep ontwikkeld. Van de club Amstelland kwam eerst vanuit het niets (1989) Vincent Vermeulen en later via diverse talentwervingen o.a. Marlies Vonk, Judith Vermeulen, Sandra en Saskia Hauwert, Sander Mossing Holsteijn en Jelle Scherrenberg. Bedaf (Uden) leverde eerst Manja Geijsel en Roderik Beer en later Wiard Schulp en Remco Schampers. Vanaf 1989 gaf assistent-bondscoach Rita van Driel mede vorm aan het succesvolle jeugdbeleid.

De eerste langlaufsuccessen
In 1984 werd Ruben Krouwel dus de opvolger van Martin Aalbersberg. Tot 1992 won hij bijna alle meeste NK-titels, tijdens zijn afwezigheid gingen een paar titels naar tweede man Kees Puijk of op de 50 km naar Joost van de Maarl. Een bekende Nederlander werd Ruben als wintertriatleet. De variant met hardlopen, langlaufen en schaatsen beheerste hij als geen ander. Nederlandse toptriatleten, maar ook buitenlandse triatleten en langlaufers beten zich ieder keer weer op hem stuk. 5 Triatlons in Inzell, een triatlon in Weissensee, één in Finland en één in Ottawa hadden steeds 2 dingen gemeen: ze hadden veel TV-aandacht en steeds dezelfde winnaars: Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld. Vlasveld behaalde daarbij ook in het mannenveld steeds unieke prestaties. Ook de andere langlaufers Kees Puijk, Niels Hopman, Rob Stevens en Nils Boomsma behaalden steeds topklasseringen. In 1991 bezetten de langlaufers zelfs de drie eerste plaatsen. Deze dominantie werd de organisatoren zo’n doorn in het oog, dat op alle manieren geprobeerd werd Krouwel van weer een zege af te houden. Toen er in 1991 erg weinig sneeuw was werden er twee loopparkoersen ingepast en zodanig verlengd, onder de gelijktijdige inkrimping van het veel te vlakke langlaufparkoers, dat Mark Koks wel moest winnen. Maar ook onder die omstandigheden was Krouwel niet te verslaan. Al deze TV-optredens maakte de langlaufploeg zelfs aantrekkelijk voor sponsors.
Als langlaufer werd Krouwel wel steeds beter, maar kon toch niet echt doorbreken, net als de overige Nederlandse langlaufers. Op Lowlandernivo werden veel medailles gehaald, vooral door Krouwel, maar op WC-nivo bleef de ploeg toch redelijk in de achterhoede. Bij gebrek aan FIS-punten werd gerekend met percentages tijdsachterstand en zo de prestaties gemeten. Tot de komst van Verdenius stak Krouwel, net als Vlasveld bij de dames met kop en schouders boven de Nederlandse concurrentie uit. Een hoogtepunt voor de toenmalige seniorentop was de WK-deelname in het Finse Lahti, waar een half miljoen toeschouwers op af kwamen. Voor het eerst had Nederland een dames en herenestafetteploeg aan de start met de mannen Krouwel, Puik, Hopman, Stevens en Boomsma en de vrouwen Vlasveld, Ten Bosch, Van Schijndel, v.d. Bunt en van Driel. Ruben verhuisde al vroeg in zijn carriëre naar het Zweedse Borlange, maar de rest van de ploeg profiteerde enorm van het “Holland House” in Ramsau. Wim en Paula Vermeulen huurden vanaf 1991 in het Oostenrijkse langlaufmekka Haus Karlsruhe om de selectie voor een groot deel van het jaar onderdak te bieden. Samen met het aantrekken van de Tsjechische trainer Jirka Blaha gaf dit de ploeg nog een keer een behoorlijke zet in de rug. Het hegenomie van Krouwel begon te wankelen. Nieuwkomer Vincent Vermeulen was de eerste, die hem op een NK (Weissensee) versloeg. En toen kwam er nog een “concurrent-medestrijder” van nivo bij: Jan Jacob Verdenius. Deze Nederlander, die al vanaf zijn derde vlakbij Trondheim woont wilde zich graag voor de juniorenWK kwalificeren en kon dat als Nederlander alleen via de Nederlandse Ski Vereniging. Op zijn eerste NK in Weissensee gaf hij meteen zijn visitekaartje af. De eerste wedstrijd werd hij nog afgetroefd door Niels Hopman en Kees Puijk, maar de volgende wedstrijden sloot hij winnend af. In datzelfde jaar werd hij voor Nederlandse begrippen sensationeel 17e op de junioren WK in Harrachov. Na een succesvolle WK in Falun (de herenestafetteploeg liet 6 landen achter zich) en veel prijzen op de eerste officieuze WK rolsk in Den Haag ging de ploeg vol vertrouwen de winter in. Tijdens het novembertrainingsstage in Haus Karlsruhe in Ramsau gebeurde echter iets vreselijks: trainer Jirka Blaha overleed aan een hartstilstand. Voor een groot deel van de ploeg betekende dit zo’n mentale opdoffer, dat bijna een generatie aan het eind van het seizoen of iets later met de sport stopte.

De opkomst van het recreatief langlaufen en skiwandelen.
Al heel lang nemen Nederlanders deel aan het wintersportgebeuren in de Alpenlanden en Scandinavië. Ging het daarvoor louter om alpine-skiën, vanaf de jaren 80 gaat ook een behoorlijk deel langlaufen en skiwandelen. Het actief bezig zijn in een heerlijke, ongerepte, rustige natuur werd door velen als zeer positief ervaren. De kosten van een langlauf/skiwandeluitrusting zijn relatief laag en de meeste skiwandelaars vonden het niet nodig om lessen te nemen. Wat dat betreft werd langlaufen onderschat: het leek veel makkelijker dan skiën. Langlaufen had ook te maken met een imago-probleem, het werd vaak afgeschilderd als sport voor ouderen, die niet meer durfden alpine-skiën. De TV-successen van Ruben Krouwel, Kees Puik en Marianne Vlasveld op wintertriatlons, Poolsurvivals en Superstars hebben er zeker toe bijgedragen, dat de langlaufers gaandeweg met andere ogen bekeken worden. Een ander imago werd geboren: ‘dat is wel een erg vermoeiende sport‘. De meeste Nederlanders gingen op eigen houtje op langlaufwintersport, maar er kwamen ook steeds meer touroperators, die langlaufreizen aanboden. Kras en Bex rijden tegenwoordig elke winter met heel veel bussen langlaufers richting de Alpen. De sneeuw in het Sauerland, Eifel en Ardennen (en zelfs Nederland) in de jaren ’80 hielp ook om de sport populairder te maken, maar sinds het begin van de jaren ’90 is sneeuw in deze dichtbijlanglaufgebieden meer uitzondering dan regel. De langlaufverenigingen en de Nederlandse Ski Vereniging hebben de recreatieve langlaufers niet echt aan zich kunnen binden. De meeste langlaufverenigingen waren/zijn te prestatiegericht en de echte recreatieve verenigingen richten zich voornamelijk op de rolskitochten. Het aandeel langlaufers bij de Nederlandse Ski Vereniging is ook altijd lager gebleven dan het werkelijke aantal langlaufers. Waarschijnlijk heeft dat te maken met het alpine-imago van de N.Ski.V. en met het feit, dat de populaire N.Ski.V.verzekering voor langlaufers minder profijtelijk was en is dan voor hun ski- en boardcollega‘s. Er waren wel veel initiatieven om de wat sportievere recreanten aan de N.Ski.V. en de clubs te binden. Zo werden in 1981 naast de A- en B- kampioenschappen ook debutantenwedstrijden bij de Nederlandse kampioenschappen ingevoerd en waren er geregeld (vanaf de NK in Isny 1985) ook recreatieve programma‘s bij de NK‘s. De laatste jaren wordt dit programma onder de naam SneeuwActief aangeboden. In 1992 maakten in het kader van het ‘speerpunt rolski‘ veel mensen kennis met rolskiën. Er waren toen speciale projecten voor ouderen en jeugdigen. Er werden ook 3 Overrolweekenden gehouden voor recreatieve rollers. Meer dan 100 deelnemers kregen in dat kader op de Veluwe veel informatie, techniekinstructie en konden tochten rollen.

Recreatief rolskiën
Het rolskiën ontwikkelde zich in Nederland niet alleen als langlaufvoorbereiding, maar ook als recreatiesport. Wat dat betreft is Nederland uniek, maar ook bijna nergens ter wereld kun je natuurlijk zo veilig zulke prachtige tochten maken op de rolski‘s. Na de Truma Rolski Club in 1977 ontstonden er meer recreatieve rolskiclubs, die zich toelegden op de organisatie van en deelname aan rolskitoertochten. Waren er in 1979 al 8 toertochten, liep dit aantal in de 80-er jaren op tot meer dan 100 per jaar. Bij die toertochten kunnen diverse afstanden afgelegd worden, onder leiding van een gids (rolskitochtbegeleider). Er kwam een rolskitoertochtencommissie, die de evenementenkalender coördineerde en de kwaliteit bewaakte. Hoewel er diverse pogingen waren om de meer wedstrijdgerichte langlaufclubs en de recreatief gerichte rolskiclubs bij elkaar te brengen is dit nooit echt gelukt.

Langlaufen op de kunstskibaan
Sinds het ontstaan van kunstskibanen in Nederland zijn er ook enkele borstel-pistes voor langlaufers aangelegd. Op deze manier kan men op een gewone uitrusting de langlaufbeweging imiteren. Voor mensen, die kennis wilde maken met langlaufen, ligt de drempel voor de kunstskiloipe veel lager dan voor de rolski‘s. Door de nogal van de sneeuw verschillende omstandigheden is het echter erg moeilijk om er de juiste sneeuwtechniek aan te leren. Maar voor gewenning, remmen en afdalen is de kunstloipe zeer geschikt. Verenigingen als Bedaf (Uden) en Gouda hebben een eigen kunstloipe en zetten ieder jaar veel nieuwe langlaufers in de loipe. In de 80-er jaren was er ook een wedstrijdcompetitie op de kunstloipes, waaraan naast echte kuntsbaanspecialisten ook wel gewone wedstrijdlanglaufers deelnamen. Er zijn zelfs een paar Nederlandse kampioenschappen kunstskibaan georganiseerd.

Nederlandse sneeuw.
Sneeuw in Nederland wordt steeds zeldzamer. Toch zijn er goede winters geweest. In de winter van 1981/1982 bijvoorbeeld lag er in Nederland wel vier weken sneeuw. En in de winter van 84/85 werden er vijf echte langlaufwedstrijden in Nederland georganiseerd, waarvan er drie op Studio Sport kwamen. Maar ook recenter kon er in Nederland gelanglauft worden. In de winter van 2000 zelfs op het Noordzeestrand! Er hoeft maar weinig sneeuw te liggen om (op oude skies) te kunnen langlaufen.
De sneeuwrijke winters in de jaren ’80 hadden tot gevolg, dat langlaufclubs, VVV‘s en de Nederlandse Ski Vereniging op veel plaatsen in het land voor goed uitgezette loipes zorgden. Er zijn zelfs verschillende provisorische „loipe-machines“ in Nederland. Maar de sneeuw in Nederland is zo zeldzaam geworden en als er al sneeuw ligt is het zo kort, dat de meeste draaiboeken in de kast blijven liggen. Dus moeten we het doen met de sneeuwhallen, maar daar zijn langlaufers een hoge uitzondering. Als er al interesse zou zijn, zijn afdalende skiërs en klimmende langlaufers moeilijk te combineren.

Marathonlanglaufen
Het deelnemen aan langlaufmarathons heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in de Nederlandse langlaufwereld. In het begin (vanaf 1970) waren het voornamelijk individuele deelnemers. Hans Biesboer was aan het eind van de jaren 70 de eerste met aansprekende resultaten. In de jaren 80 was Ton Rueck de grote voorvechter van het marathonlanglaufen. Hij was ook degene, die de marathonreünie in het leven riep, waarbij er voor alle beste Nederlanders in een langlaufmarathon een beker werd uitgereikt. De marathoncommissie bracht wat meer structuur in het geheel. De cie. onder leiding van Zby Vavra en Gezina Perkaan riep de Marathon Cup (later Holland Skiloop) in het leven en werd organisator van de Pontresina-stage. Deze wintervoorbereidingsweek voor wedstrijd- en marathonlanglaufers, in de eerste week van december, werd vanaf 1984 10 maal georganiseerd en had op haar hoogtepunt ruim 80 deelnemers. In 1986 formeerde bondscoach Teeling het Golden Cup Marathonteam. Onder leiding van Teamcaptain Zby Vavra nam dit team aan veel grote marathons deel. Bekendste namen uit deze marathonselectie: Anja Wolthuis, Ria Uijtewaal, Bianca Teeling, Carolien ten Bosch, Marja de Moel, Leo Lansbergen, Haje Visser en Frans Thevis. Carolien ten Bosch behaalde de meest aansprekende resultaten, waaronder de eerste plaats in de Euroloppet.

Opleidingen
Tot 1985 organiseerde de Nederlandse Vereniging van Ski (tegenwoordig Sneeuwsport) Lerareren (NVVS) de diverse opleidingen voor ski- en langlaufleraren. In 1984 werd er ook een rolskiapplicatie voor langlaufleraren georganiseerd. Op het CIOS Sittard leidden Koos Sins en Ferda Cervenka veel instructeurs en leraren op. In 1985 organiseerde de Nederlandse Ski Vereniging voor het eerst een opleiding voor langlauf- en rolskileraren. In de eerste twee jaren was de opleiding voor langlauf-rolskileraar 1, zoals de opleiding toen heette, gedeeld in een rolskideel en vervolgens voor een deel van de deelnemers het langlaufdeel. Pas in het begin van de ‘90-er jaren nam de N.Ski.V. ook de alpineski- en board-opleidingen op zich en werd de N.V.V.S. weer echt de belangenbehartiger voor instructeurs, leraren en trainers. In 1986 volgde een tweede langlauf-rolskileraar opleiding en zette Joop Brand op het CIOS-Overveen de eerste stappen naar een langlauf-rolskidifferentiatie. Vanaf 1987 tot 1995 leverde hij samen met Sidney Teeling (en vanaf 1996 met Rita van Driel en Frans Jansen) maximaal 50 langlauf- en rolskiinstructeurs per jaar af. In 1988 organiseerde de opleidingscommissie de eerste (experimenele) trainerscursus en in 1993 volgde de tweede. In 1989 startte Sidney Teeling met Hans Wiertzema een langlauf- en rolskiinstructeursopleiding op de ALO Groningen. In de jaren ’90 werden hier ook vijf lichtingen instructeurs afgeleverd. Aan de roep om gekwalificeerd kader vanuit de recreatieve rolskiclubs werd gehoor geven middels twee cursussen rolskitoertochtbegeleider. De NVVS was verantwoordelijk voor de langlaufbijscholingen, maar riep vaak de hulp in van de N.Ski.V. docenten Marianne Vlasveld, Peter Heijnis, Allard Kappetein, Sidney Teeling en Hans Sinke om deze bijscholingen vorm te geven. In 1997 werd de voorlopig laatste opleiding voor langlauf/rolskiinstructeur (A) afgesloten. Terwijl men op het CIOS-Sittard nu echt is gestopt, organiseert het CIOS-Arnhem nu ook een opleiding voor langlauf-rolski en skate instructeur, die echter formeel niet meer conform de VWS-erkende langlauf/rolskiinstructeursopleiding is. Het CIOS Overveen gaat ook in de richting van de combinatie langlauf, rolski, schaatsen en skaten. In 2002 is de Nederlandse Ski Vereniging, na wat aanpassingen, weer een nieuwe instructeurscursus, gestart. In deze aangepaste opleiding is meer plaats voor de “Nederlandse” onderdelen rolski, kunstloipe en indoorsneeuwbaan gemaakt en het sneeuwgedeelte ingekort.

Van afdeling langlauf en rolski naar afdeling Noords
De afdeling langlauf- en rolski kende eind jaren 80, begin jaren 90 haar bloeitijd. Met een daadkrachtig bestuur, veel (uitvoerende) commissies, 20 aangesloten verenigingen, goede buroondersteuning (eerst 7 jaar Bianca Teeling, later 4 jaar Yvette Moerings) en een duidelijke stem binnen de Nederlandse Ski Vereniging was veel mogelijk. In het afdelingbestuur waren Siem Teeling (voorzitter), George Brouwer (vice-voorzitter en voorzitter van de technische cie.), Rinus van Schaik (penningmeester), Jan Vonk (secretaris) en Zby Vavra de drijvende krachten. Later hadden ook Hajé Visser en Jan Hauwert een belangrijke bestuurspositie. Het bestuur werd ondersteund door de commissies: opleidingen (Peter Heijnis), marathon (Zby Vavra), topsport (George Brouwer), jeugd (Bert Hoogwerf), breedtesport (Jaap Pelk), medisch(Jan Frits van Det en Rien Straub) en later biatlon (Hans Sinke) en schansspringen (Gerrit Jan Konijnenburg). Vanuit de Nederlandse Ski Vereniging was er een behoorlijk budget, dat nog werd aangevuld door het geld van diverse sponsors (o.a. Jac Hermans). Er werden diverse grote evenementen georganiseerd, zoals de EK rolski in Hardenberg 1988, de WC‘s rond Rotterdam Ahoy, de EK rolski in Heerlen en ‘s Gravendeel (1992) en als voorlopig hoogtepunt de eerste officieuze wereldkampioenschappen rolski (Worldgames) in het Zuiderpark in Den Haag. Ook over TV-aandacht kon niet worden geklaagd. Alle eerder genoemde evenementen, maar ook de NK‘s langlauf en rolski , rolskitriatlons en natuurlijk niet te vergeten de diverse wintertriatlons kwamen op TV. Vanaf 1992 gaan biatlon, schansspringen en noordse combinatie een rol spelen binnen de afdeling en de afdeling wordt als vanzelf omgevormd tot afdeling noords. Tegelijkertijd ontstaan ook de andere afdelingen binnen de N.Ski.V.: alpine, snowboard en freestyle.
In 1994 treedt Siem Teeling af als voorzitter van de afdeling en het hoofdbestuur van de N.Ski.V. trekt langzamerhand steeds meer bevoegdheden van het noordse afdelingsbestuur naar zich toe. Het afdelingsbestuur met de nieuwe voorzitter Cees van de Aardweg en later Rien Straub wordt meer een uitvoerend orgaan. Vooral de topsport wordt steeds meer een zaak van de professionals, in dit geval de manager sport en opleidingen Henk van Lint en technisch coördinator noords Sidney Teeling. Het nieuwe financieringssysteem van de topsport heeft vooral voor langlauf indirekt grote gevolgen. Naast een basisbedrag per discipline brengen alleen topprestaties geld in het laadje. Alleen de snelle doorstart van de disciplines biatlon, schansspringen en noordse combinatie en de rolskisuccessen hielden de financiën van de afdeling noords op peil. Het feit, dat het steeds moeilijker werd aansprekende langlaufprestaties te halen en de ‘tegenwerking‘ van de FIS daarbij, maakte de verschuiving van de aandacht richting biatlon, schansspringen, noordse combinatie en rolskiën tot een logische stap. Daarbij bleek, dat er in de “combinatie“-sporten biatlon en noordse combinatie, maar ook bij het schansspringen sneller aansprekende resultaten behaald konden worden. In 2001 worden de afdelingen (dus ook de afdeling noords) van de Nederlandse Ski Vereniging opgeheven. In de plaats van de diverse afdelingsbesturen komt er een disciplineoverstijgende sportraad (breedtesport) en commissie topsport.

Biatlon
De noordse afdeling nam dus de erfenis van het mariniersteam over, maar moest eigenlijk opnieuw beginnen. In de erfenis zaten gelukkig wel wapens en klapschijven, zodat er wel meteen getraind kon worden. Onder de bezielende leiding van Hans Sinke en Jan Vosmeijer werd een ploeg rond Erik van Leeuwen, Peter Keurntjes en Wiard Schulp opgezet. De aanwas kwam weer via talentwervingen: Jurran Verboort, Jeroen Borst, Hilda Brinks en Gaby Willemsen. Vanaf 1994 worden er weer Nederlandse kampioenschappen in de sneeuw georganiseerd en in Nederland ziet de Holland Biatloncup het licht, een competitie van loop- en rolskibiatlonwedstrijden (voornamelijk lucht). Wedstrijden met KK-wapens zijn in Nederland bij gebrek aan een eigen biatlonbaan nauwelijks te organiseren. In 1994 stappen een aantal langlaufselectieleden met succes over naar het biatlon: Sandra en Saskia Hauwert en Sander Mossing Holsteijn. In 1995 zijn Sandra en Saskia Hauwert de eerste Nederlandse deelnemers aan een junioren WK. In 1995 krijgt ook de biatlonselectie een Tsjechische trainer: Vladimir Cervenka. Later komt de schiettrainer Petr Zivec daarbij. Als Cervenka in 1998 een baan in de Verenigde Staten aanneemt, wordt Zivec hoofdtrainer en gaat langlauftrainer Sturm hem ondersteunen met de langlauftraining en skiservice. De Tsjechische trainers brengen naast veel kennis en gedrevenheid nog een voordeel mee: uitstekende traininglocaties in hun vaderland. In 1995 Hans Sinke beeindigen Hans en Wil Sinke en Jan Vosmeijer hun activiteiten voor de biatloncommissie en de biatlonselectie. De biatloncommissie gaat verder onder voorzitterschap van René Borst. Paul Verboort krijgt een belangrijke uitvoerende rol. Internationaal komen er steeds aansprekender resultaten. In 1996 wordt Sandra Hauwert 33e op de junioren WK, na tussentijds zelfs 9e gelegen te hebben. Wiard Schulp en Jeroen Borst behalen ook plaatsen net achter de middenmoot bij junioren WK‘s. Bij de senioren geven Erik van Leeuwen en Sander Mossing Holsteijn de toon aan, maar tussen de sterke internationale concurrentie zijn zij al blij als ze de limieten voor deelnames aan de WK‘s halen. Elsbeth Straub doet in 1998 een nu wel geslaagde tweede poging om over te stappen naar de biatleten. Zij is in 2001 de eerste die aan de pursuit tijdens een Worldcup mag deelnemen (alleen de beste 60). Juniore Gaby Willemsen komt, mede door haar uitstekende schieten, echter tot de meest aansprekende prestaties. In 1999 wordt ze bij de Junioren WK in Pokljuka 17e en in 2001 in Kanty Mansisk 12e! In 2002 werd eindelijk gerealiseerd waar zo lang op was gewacht: de Biatlonbaan in Bergschenhoek.

Schansspringen en noordse combinatie
In de 80-er jaren maakte Gerrit-Jan Konijnenberg furore als enige Nederlandse schansspringer. Vooral door zijn „strijd“met Eddy the Eagle kreeg hij een grote bekendheid. Hoewel hij beter sprong dan Eddy, was het NOC onverbiddellijk. Hij mocht dus niet net als Eddy the Eagle naar de Spelen van Calgary. Vanaf 1990 zette hij samen met Sidney Teeling de schouders onder een jeugdprojekt schansspringen. Met ondersteuning van de Duitse trainer Hans Einwächter werden met een jeugdploeg veel trainingen in vooral Meinerzhagen georganiseerd. Uit de eerste lichting talenten schopten Peter van Hal en Richard Jansen het zelfs tot deelnemer aan de WK in Thunderbay 1995! Richard nam ook deel aan de noordse combinatie en deed dat o.a. bij de junioren WK in Gällivare 1995 met een prima resultaat. In de tweede lichting werden Maarten Homan, Niels de Groot en Jeroen Nikkel ontdekt. Ondertussen was de Duitser Horst Tielmann springtrainer geworden. Onder zijn leiding werd schansspringen echt op de kaart gezet. De ex-springers (achtereenvolgens) Wijnand van Schijndel, Richard Jansen en Peter van Hal waren behulpzaam met de jeugdtrainingen. Vooral Niels de Groot en Jeroen Nikkel ontwikkelden zich snel tot uitstekende springers. Niels beoefende ook nog de noordse combinatie. Niels behaalde zijn meest aansprekende resultaat met een 10e plaats tijdens het combinatiespringen bij de junioren WK in Saalfelden. Jeroen was de eerste Nederlander in een WC-eindronde (Garmisch Partenkirchen 2000). Drie dagen later lukte dat nog een Nederlander: Ingemar Mayr. Deze Oostenrijker met een Nederlandse moeder kreeg na bijna bijna 2 jaar wachten toch zijn Nederlandse paspoort en kwalificeerde zich meteen bij zijn eerste WC-wedstrijd in Innsbruck voor de finale. Het team werd een jaar later met nog een andere Nederlandse Oostenrijker aangevuld: Christoph Kreuzer. Als voorlopig hoogtepunt behaalden Mayr en Kreuzer in de winter van 2001/2002 de eerste Worldcuppunten voor Nederland.
De eerste NK schansspringen in 1992 (door Maarten Homan gewonnen na een val van Peter van Hal) was nog gekoppeld aan de Lowlanders. In de jaren daarna werd de NK meestal in het kader van de NK noords georganiseerd, o.a. in Oberwiesental, Ramsau en Oberhof. De open NK‘s van de laatste jaren zijn grote internationale wedstrijden met als laatste winnaar Andreas Goldberger. Horst Tielmann haalde ondertussen de bekende springtrainer Danneberg (zelf tweede op de OWS) als assistent naar Nederland. Peter van Hal promoot de schansspringsport nog steeds als Eurosportcommentator, net zoals Gijsbregt Brouwer als Eurosportcommentator van de langlauf- en noordse combinatiewedstrijden.

Een nieuwe generatie langlaufers
In 1993 was dus het tijdperk Verdenius ingegaan. In zijn kielzog waren er nog de “oudjes” Vincent Vermeulen en Niels Hopman. Vincent haalde als enige naast Verdenius ook de pas ingevoerde strenge WC-FIS-puntenlimiet. Maar er stond nog een hele generatie jeugd klaar, die er als je de ranglijsten bekeek uitstekend voorstond. Op de junioren WK van Gällivare behaalden de langlaufers ongekend goede prestaties (die van Verdenius niet meegerekend): Michiel de Groot werd 53e en Dolf Hoogwerf 60e van de 98 deelnemers. In hetzelfde jaar brak Elsbeth Straub door bij de Jeugd Olympische Spelen in Andorra: 32e van de 62. De WK in Thunderbay leverde een unicum op voor noords Nederland: voor het eerst nam Nederland deel in alle 3 disciplines: langlauf, schansspringen en noordse combinatie. Helaas werd de bijna voltallige ploeg geveld door griep. Na 1995 werd de langlaufploeg steeds kleiner. De strenge FIS-punten limiet voor de Worldcups boden niet echt meer een perspectief. Niels Hopman en Vincent Vermeulen stopten in 1996 (Niels ging overigens nog wel een paar jaar succesvol door als rolskiër). In dat jaar, op hun hoogtepunt, stopten ook Alewijn Brouwer, Dolf Hoogwerf, Michiel de Groot, Jasper van de Reep en wat later Susan van Duijl. Sander Mossing Holsteijn werd biatleet. Zo bleven bij de mannen alleen nog Jan Jacob Verdenius en Gijsbregt Brouwer over. Bij de vrouwen gingen Carolien ten Bosch en Marianne Vlasveld als enige van de “vorige generatie” nog steeds door, maar Carolien concentreerde zich voornamelijk op de marathons en Marianne op de wintertriatlons. Elsbeth en Annemarie Straub bleven internationaal aan de weg timmeren. Elsbeth was een echte belofte. In 1996 werd ze 38e van 76 bij de junioren WK in Asiago en werd ze door een Zweeds internaat uitgenodigd om daar haar carrière voort te zetten. Echte vooruitgang heeft ze daar helaas niet geboekt en pas sinds haar overgang in 1998 naar het biatlon is haar langlaufen weer echt vooruitgegaan. Verdenius werd ondertussen steeds beter. Na zijn 17e plaats op de junioren WK in 1993 nam hij het heft in Nederland definitief in handen. In 1994 won hij de triatlon van Weissensee voor de favorieten Koks en Krouwel. En dat terwij iedereen verwachtte, dat hij op het onderdeel schaatsen, waarvoor hij nauwelijks getraind had, zou moeten capituleren. Tijdens de Worldcups schoof hij steeds verder naar voren op en haalde hij diverse top50 klasseringen. Twee keer was hij vlak bij de Worldcup-punten: één keer bij de pas ingevoerde KO-sprint in Zweden (1997) (32e) en één keer bij de 30 km in Lahti (1998): 31e maar 1,5 seconde achter de 30e plaats. Eén van de hoogtepunten uit zijn carrière moest zijn thuisWK in Trondheim worden. Vanuit zijn ouderlijk huis was het maar 2 km skiën naar het WK-stadion. Waarschijnlijk licht overtraind bleef hij twee keer op een top 40 klassering “hangen”. Verdenius wilde heel graag naar de Olympische Spelen van Nagano (1998). Maar ondanks alle (al helemaal voor een Nederlander) uitstekende prestaties viel daarover met het NOC nog steeds niet te praten. De “Nederlandse” Nederlanders hadden zich langzamerhand verzoend met het feit, dat het NOC alleen maar echte medaillekandidaten wilde afvaardigen. Voor de Noorse Nederlander was het echter onbegrijpelijk: wel mee mogen doen aan Worldcups en daar prima presteren en niet eens bespreekgeval zijn voor een land, dat in de langlaufsport nooit potten heeft kunnen breken. Dit onbevredigende gevoel werd nog eens versterkt door het feit, dat er in Noorwegen veel mediaaandacht voor het geval Verdenius was. Logisch, want ook in het langlaufgekke Noorwegen waren zijn prestaties niet onbemerkt gebleven. Sinds zijn spectaculaire valpartij tijdens een live op de TV verslagen estafette bij de Noorse kampioenschappen kende men hem. Toen werd hij met zijn club 3e een jaar later wonnen zij de Noorse kampioenschappen. Het “onbegrepen” zijn in Nederland (m.b.t. de Olympische Spelen) en het feit, dat hij geen teamgenoten (hij was het grootste deel van de winter met trainer Gustav Sturm op stap) meer had, hebben hem er in 1998 toe bewogen voor de Noorse nationaliteit te kiezen. Natuurlijk heeft de Nederlandse Ski Vereniging hem niet zonder slag of stoot laten gaan, maar toen duidelijk was, dat zijn besluit vaststond heeft men hem “vrij gegeven”, zodat hij niet een gedwongen jaar “rust” hoefde te nemen. Verdenius werd niet in een normale Noorse selectie opgenomen, maar in het experimentele KO-sprint team. Als Nederlander wilde hij zich nog niet echt op de sprint concentreren (in Noorwegen duurde het lang voordat dit onderdeel als volwaardig werd gezien), maar nu moest hij wel: en met succes. Hij won in 2001 de KO-sprint Worldcup, die hem ook heel veel punten voor de overall Worldcup opleverden. Toch haalde hij de Olympische Spelen weer niet. Omdat hij aan het begin van het Olympische seizoen ziek was, kwam hij pas laat in vorm. Te laat om zich nog bij de beste 4 Noren te plaatsen.
Gijsbregt Brouwer stopte als actief langlaufer nadat hij zich niet voor de WK 1999 in Ramsau had kunnen kwalificeren.

Gehandicapten langlauf en biatlon
Nadat de slechtziende Jan Visser en blinde Tineke Hekman jarenlang het „gezicht“ van de gehandicapten langlaufsport bepaald hadden, kwam er in 1993 een stroomversnelling. In dat jaar maakte Marjorie v.d. Bunt de overstap van de valide naar de gehandicapten selectie. Ondanks een handhandicap had zij jaren op hoog nivo aan wedstrijden voor valide langlaufers deelgenomen, met als hoogtepunt de WK in Lahti. Bij de wedstrijden voor gehandicapten was zij vanaf het begin een topper. In haar eerste winter 1993 werd ze meteen Europees kampioene en in 1994 haalde ze in Lillehammer o.a. goud op de biatlon van de Paralympics. Rita van Driel was de drijvende kracht achter het ontstaan van het Holland Team Gehandicapten. Er kwam een speciale commissie, een breedtesportploeg en trainingskampen. Later werd de sport en de ploeg omgedoopt tot ALB, aagepast langlauf en biatlon. Binnen de afdeling noords heeft deze sport altijd een vaste plaats gehad. Aan het eind van de jaren 90 toen eigenlijk alleen Marjorie van de Bunt en Arnold Polderman overbleven werden de meeste trainingen samen met de biatlonselectie en o.l.v. de biatlontrainers Zivec en Sturm afgewerkt. Voor Marjorie v.d. Bunt volgden er nog vele overwinningen bij wereldcups en wereldkampioenschappen, maar tot haar tweede gouden Paralympics medaille moest ze wachten tot 2002. Wederom won de biatlonwedstrijd, ditmaal in Salt Lake City. Ook Arnold Polderman haalde voor deze Paralympics de limiet. Rita van Driel klom ondertussen op in het bestuurlijk wereldje en werd in 2001 voorzitter van het IPC-commitee Nordic. Bij de Paralympics 2002 was zij TD.

Wedstrijdrolski
In het midden van de 80-er jaren waren de NK’s en de 12-uurswedstrijden in Nederland en Italië de belangrijkste rolskiwedstrijden voor de Nederlandse langlaufers en rolskiërs. De rolskitop bestond bijna volledige uit langlaufselectieleden. Uitzonderingen waren Martin Willems en Erik en Tjerk Schalkwijk. Zij speelden vooral in het dubbelstoktijdperk (tot 1984) een belangrijke rol. De 3-wielers van Roleto en Truma waren ondertussen vervangen door de Zweedse 2-wielers (brede rubber wielen) van Swe Nor en Swedski. Aan het einde van de 80-er jaren werd het chaotisch op materiaalvlak. Eerst kwamen de Skiskett Biturbo 3-wielers, die een stuk sneller waren dan de Swenor’s en Swedski’s en toen men daaraan net gewend was kwamen vanuit Italië (Skiskett en Skirollo) ook de smalle tweewielers. Om niet iedereen (met name de jeugd) op hoge kosten te jagen (steeds weer nieuwe ski’s en in het geval van de smalle 2-wielers ook noodzakelijk hoge skatingschoenen) en de klassieke techniek niet te laten verdwijnen werd in Nederland de normski ingevoerd. Een paar jaar werden alle Nederlandse wedstrijden op deze (langzamere) normski’s (diverse modellen voldeden aan het reglement) afgewerkt. Later kwamen er wedstrijden voor snelle ski’s en voor normski’s.
Nederland speelde sinds de doorbraak van het internationale rolskiën een belangrijke bestuurlijke rol en was ook organisator van vele grote evenementen, maar echte aansprekende resultaten waren er niet. Enige uitzondering was de 3e plaats van Ruben Krouwel bij de EK bergop in Bodenmais, achter Maurillo de Zolt en Dal Sasso.

Nederlandse rolskiers worden wereldtop
In 1990 gooide bondscoach Teeling het roer om. Van bijsport van het langlaufen werd rolski tot speerpunt gemaakt, waarvoor vanaf toen specifiek getraind werd. Wekelijkse centrale trainingen, veel aandacht voor het materiaal (met hulp van de Nederlandse fabrikant Eaglesport) en specifieke voorbereidingskampen maakten de Nederlandse ploeg onverwacht snel succesvol. Na eerste successen van met name Vincent Vermeulen, Dorien Hoogwerf en Niels Hopman, was het Helene van Schijndel, die de eerste titel binnenhaalde: Europees kampioen bij de dames in 1991. In datzelfde jaar wordt Gert-Jan van Rheenen tweede bij de junioren achter de bekende langlaufer Matthias Frederikson. Het was het begin van een lange reeks successen met veel titels. In 1992 werden 9 medailles gehaald bij de EK in Heerlen en ’s Gravendeel. Gijsbregt Brouwer was in dat jaar de succesvolste (jongens jeugd) met 3 gouden medailles. In 1993 waren er de eerste successen van de zusjes Straub (Annemarie en Elsbeth) en Hauwert (Sandra en Saskia) met de winst tijdens teamrace en estafette bij de eerste Worldgames in Den Haag. Er zouden van deze 4 nog heel veel overwinningen volgen. Vooral de Teamrace van dit 4-tal was een lust voor het oog, zo dicht achter elkaar konden alleen zij rolskiën. 1993 was ook het rolskidebuut van Jan Jacob Verdenius: hij werd meteen wereldkampioen bij de junioren. Het WC-landenklassement werd dat jaar gewonnen door Nederland en Helene van Schijndel, Michiel de Groot, Saskia Hauwert en Frans Thevis wonnen de WC’s bij respectievelijk dames, jongens jeugd, meisjes jeugd en Masters 2. Een jaar later weer 4 WC-overall-overwinningen, ditmaal van Verdenius (mannen), Van Schijndel (vrouwen), Elsbeth Straub (meisjes jeugd) en Michiel de Groot (jongens jeugd). Bij de Worldgames van dat jaar domineerde Nederland de estafettedag met 3 van de 4 overwinningen. Ook de EK voor jeugd werd een totaal Nederlandse aangelegenheid met 2 x goud individueel (Elsbeth Straub en Michiel de Groot) en 2 maal goud op de estafette.
1995 was een iets minder jaar: geen goud bij de Worldgames en bij de EK jeugd alleen voor Sandra Hauwert en de meisjes jeugdestafette. Met de 4 eerste plaatsen in het eindklassement van de WC bleven de meisjes jeugd wel dominant. In 1996 werd Verdenius voor het eerst officieus wereldkampioen bij de mannen in een bloedstollende eindsprint in het Hongaarse Zanka. In 1997 verdedigde hij die titel in Geyer. In zijn eentje bleef hij tijdens de pursuit-race een heel jagend peleton voor. In datzelfde jaar wonnen de mannen ook de Teamrace bij de Worldgames. Tijdens zijn laatste rolskiwedstrijd voor Nederland bij de Worldgames van 1998 in Pinzolo kon Verdenius (door een lichte verkoudheid) de trilogie niet completeren. Hij werd 3e achter zijn twee Italiaanse rivalen Di Gregorio en Pertile en tijdens zijn allerlaatste estafette met Nederland 3e. De team- en estafetteprestaties van de Nederlandse mannen waren steeds meer afhankelijk geworden van de prestaties van Verdenius. Toch pakten Niels Hopman, Erik van Leeuwen, Alewijn Brouwer, Gijsbregt Brouwer en Sander Mossing Holsteijn veel medailles mee. Individueel haalden zij in de herencategorie geen medailles. Gijsbregt Brouwer kwam nog het dichste bij met diverse top 10 klasseringen. Alewijn Brouwer en Sander Mossing Holsteijn lukte dat wel als junior. Alewijn werd 3e bij de junioren WK in Zanka (96). Het jaar daarvoor werd Sander Mossing Holsteijn 3e in het WC-klassement van de junioren. In 1998 leek Sijbrand Verkerk door te breken met de winst op de Col du Galibier bij de junioren jongens (5e bij de mannen), maar hij heeft zijn faam als bergopskiër daarna niet meer helemaal waar kunnen maken.
Na Michiel de Groot en Dolf Hoogwerf was er wederom een goede jongensgeneratie. Vooral op de pas ingevoerd KO-sprint waren de biatleten Jeroen Borst en Jurran Verboort, de ex-noordse combinatie atleet Maarten Homan en Willem Loorbach erg sterk. Maarten Homan werd in 1998 verassend 2e bij de juniorenWK pursuit, Willem Loorbach in hetzelfde jaar 2e in het WC-klassement. Helaas stopten ook zij met de topsport voordat ze goed en wel de seniorencategorie bereikt hadden.
Waar Verdenius bij de mannen garant stond voor medailles was dat bij de vrouwen vooral Elsbeth Straub. Na haar Europese titel in 1994 bij de jeugd viel Elsbeth Straub even terug, maar daarna ging ze weer door met het verzamelen van een enorme hoeveelheid titels en ereplaatsen. Individueel, maar ook bij estafettes en teamraces. Na het stoppen van de zusjes Hauwert in de verschillende categoriën met Susan van Duijl, Hilda Brinks, Gaby Willemsen, Carolien ten Bosch, éénmaal Helene van Schijndel en veelvuldig met haar zus Annemarie. Annemarie en Susan werden in 1997 eerste en tweede in het WC-klassement meisjes junioren. Bij de masters 2 behaalde Frans Thevis tot 1996 behoorlijk wat ereplaatsen. Daarna nam Albert Cool het stokje van hem over. Met Herman Hofs werd in 2000 uiteindelijk een WC bij de Masters 1 gewonnen.

Een nieuwe generatie rolskiërs
In 1999 kreeg Nederland zijn eerste echte rolskibondscoach: Machiel Ittmann. Onder zijn vleugels brak een nieuwe jeugdgeneratie door: Nathalie Rissema, Nicky van Putten, Desmond Verboort, Herbert Cool, Maurits Hofman en Joost Hogerwerf. Samen met Elsbeth en Annemarie Straub bij de dames en Herman Hofs en Albert Cool bij de masters zorgen zij vanaf 2000 weer voor Nederlandse WC-zeges en WC-totaaloverwinningen.
Een belangrijke rol bij de Nederlandse successen speelde natuurlijk het nationale rolskiparkoers van Bergschenhoek. Na de WC’s in 1996 en 1998 organiseerde Nederland op dit parkoers ook de eerste officiële Wereldkampioenschappen.

De belangrijkste rolskiresultaten vanaf 1991:

1991  Nederland breekt door als rolskiland. 5 medailles voor tijdens Europese kampioenschappen, waarvan eerste Europese titel voor Helene van Schijndel bij de dames, een tweede plaats voor Gert-Jan van Rheenen bij de junioren en drie estafettemedailles 
1992  9 medailles bij EK rolski in Heerlen en 's Gravendeel, waarvan 3 maal goud voor Gijsbregt Brouwer (jeugd)  
1993  Eerste officieuze WK rolski (Worldgames) in Den Haag: goud voor Verdenius (junioren), meisjes junioren estafette en ploegentijdrit (Elsbeth en Annemarie Straub, Sandra en Saskia Hauwert), zilver voor estafette mannen (Puijk, Boomsma, Krouwel) en estafette jongens junioen (Verdenius, De Groot, G.Brouwer), brons voor estafette en teamrace dames (Van Driel, Ten Bosch, Van Schijndel) 
  Helene van Schijndel, Saskia Hauwert, Michiel de Groot en Frans Thevis winnen overall-klassement rolskiWC, Nederland eerste in landenklassement 
1994  WC-rolski overall zeges voor Jan Jacob Verdenius (heren), Helene van Schijndel (dames), Michiel de Groot (jongens jeugd) en Elsbeth Straub (meisjes jeugd).  
  Worldgames Castello Tesino: 3 maal estafette goud: heren (Verdenius, Van Rheenen, Hopman), jongens junioren (De Groot, Mossing Holsteijn, Hoogwerf) en meisjes junioren (Straub, Straub, Sandra Hauwert), goud voor teamrace meisjes (Straub 2x en Hauwert 2x), brons voor mannen Teamrace (Hopman, Boomsma, Van Rheenen, de Groot) 
  4 maal goud bij EK rolski voor de jeugd: Elsbeth Straub en Michiel de Groot en de estafetteteams jongens (Hoogwerf, De Groot, Brouwer) en meisjes (Elsbeth en Annemarie Straub, Sandra Hauwert)  
  Worldgames Flen: zilver voor meisjes ploegentijdrit en estafette (Straub, Straub, Hauwert, Hauwert), brons jongens estafette en mannen Teamrace (Verdenius, G.Brouwer, Hopman, Van Leeuwen), brons voor jongens estafette: Alewijn Brouwer, de Groot, Mossing Holsteijn 
1995  EK rolski masters/jeugd: goud voor Sandra Hauwert (meisjes jeugd) en estafette meisjes (Elsbeth Straub, Sandra en Saskia Hauwert) 
  WC rolski totaalklassement: Nederland 4e, plaatsen 1t/m4 bij meisjes jeugd:1.Sandra Hauwert, 2.Annemarie Straub, 3.Saskia Hauwert, 4.Elsbeth Straub, Sander Mossing Holsteijn 3e jongens junioren 
1996  Worldgames Rolski Zanka (HUN): goud voor Verdenius (heren) in een zinderende eindsprint waarbij zijn stok kapot getrapt was door di Gregorio, Teamrace meisjes junioren (Straub, Straub, Hauwert, Hauwert), Dames estafette (Straub, Straub, Sandra Hauwert), Zilver voor Elsbeth Straub (jun. Meisjes), brons voor mannen Teamrace(Verdenius, Brouwer, Brouwer, Hopman) en Alewijn Brouwer (jongens junioren individueel) 
  EK rolski jeugd/masters Pinzolo: goud voor meisjes estafette (Susan van Duijl, Hilda Brinks en Elsbeth Straub), zilver voor Elsbeth Straub meisjes jeugd, brons voor Frans Thevis masters 2 en masters estafette (Frans Thevis, Albert Cool, George Brouwer) 
  WC rolski totaalklassement: Nederland 2e, Jan Jacob Verdenius 1e, Elsbeth Straub 2e meisjes jeugd, Annemarie Straub 3e meisjes junioren, Frans Thevis Masters 2 3e 
1997  Worldgames rolski Geyer: Jan Jacob Verdenius heren 1e, Heren Teamrace 1e: (Jan Jacob Verdenius, Erik van Leeuwen, Niels Hopman en Gijsbregt Brouwer), Elsbeth Straub meisjes junioren 2e, Estafette meisjes junioren 2e (Elsbeth en Annemarie Straub, Sandra Hauwert), 
  WC rolski totaalklassement: Nederland 4e, Verdenius heren 1e, Annemarie Straub 1e en Susan van Duijl 2e junioren meisjes, Elsbeth Straub 1e jeugd meisjes 
  EK rolski jeugd/masters: Elsbeth Straub meisjes jeugd 1e, Estafette meisjes jeugd 1e (Gaby Willemsen, Hilda Brinks, Elsbeth Straub) 
  WC rolski totaalklassement: Nederland 3e, Willem Loorbach jongens jeugd 2e, Sijbrand Verkerk jongens junioren 2e, Jan Jacob Verdenius 2e, Elsbeth Straub junioren meisjes 2e, Albert Cool masters 2 3e 
1998  WC zeges bergop in Valloire: Jan Jacob Verdenius heren, Sijbrand Verkerk junioren jongens, Elsbeth Straub junioren meisjes 
  Worldgames Rolski Pinzolo: Zilver voor Maarten Homan (junioren jongens) en Elsbeth Straub (junioren meisjes) en jongens jeugd estafette (Borst, Verboort, Loorbach) , brons voor Jan Jacob Verdenius (heren) en mannen estafette (Verdenius, Mossing Holsteijn, G.Brouwer), jongens junioren estafette (Loorbach, Verkerk, Homan) en meisjes junioren Teamrace  
  Rolski WC totaalklassement: Nederland 5e, Elsbeth Straub meisjes junioren 3e, Albert Cool masters 2 3e, Verdenius als Noor mannen 1e 
1999  Rolski WC zege: Zweden koppelkoers dames: Elsbeth en Annemarie Straub 
  Rolski Worldgames Sonthofen: Elsbeth Straub junioren meisjes 3e, jongens junioren teamrace 3e, meisjes junioren teamrace 3e 
  NK rolski: Alewijn Brouwer en Desiree Heeres 
  Eerste officiele FIS WK rolski in Rotterdam: Teamrace dames en jongens junioren 3e, estafette meisjes junioren 2e, jongens junioren 3e, Elsbeth Straub 4e op de KO-sprint 
2000  Rolski WC totaalklassement: Nederland 3e, Albert Cool masters 2 2e, Elsbeth Straub dames 3e  
  Rolski WC zeges: Elsbeth Straub 3x, Albert Cool masters 2 (Odense), Herman Hofs masters 1 (Bergschenhoek), Nicky van Putten jeugd meisjes (Bergschenhoek), Dames estafette (Croatie):Straub, Straub, Van Schijndel 
  Rolski WK Rotterdam/Bergschenhoek: Noren Verdenius en Skofterud eerste individuele wereldkampioenen 
2001  Rolski WC totaalklassement: Nederland 3e, Desmond Verboort jongens jeugd 1e, Herbert Cool jongens jeugd 2e, Albert Cool Masters 2 2e, Elsbeth Straub dames 3e 
  Rolski WC zeges: Desmond Verboort Herbstein, Herbert Cool Valloire bergop, Maurits Hofman Balaton (alles jongens jeugd), Nicky van Putten meisjes jeugd Balaton, Herman Hofs masters 1 Balaton, Elsbeth Straub Belluno, dames en jongens jeugd teamrace Balaton, jongens jeugd estafette Herbstein, meisjes jeugd en dames koppelkoers Cervinia 
  Rolski Europese kampioenschappen Herbstein: Desmond Verboort jongens jeugd 1e, Estafette jongens jeugd 1e (Cool, Hofman, Verboort), Elsbeth Straub dames 2e, Maurits Hofman jongens jeugd 3e, dames estafette 2e (Straub, Straub, Ten Bosch), meisjes jeugd estafette 3e (Blauwgeers, Rissema, van Putten), Herman Hofs masters 1 2e 
2002  Rolski WC totaalklassement: Nederland 4e, Elsbeth Straub dames 1e, Desmond Verboort jongens jeugd 2e, meisjes jeugd: Nicky van Putten 1e en Nathalie Rissema 2e  
  Rolski WC zeges: dames en meisjes jeugd Malmo, Elsbeth Straub dames Geyer en Malmo, Herbert Cool Geyer pursuit en Geyer sprint, Nathalie Rissema Geyer pursuit 
  WK Cervinia: Elsbeth Straub dames KO sprint 3e 


Een chronologisch overzicht van de geschiedenis van de noordse sporten in Nederland (tot 1995):

1968  Nederlandse Ski Vereniging houdt lezingtoernee over langlaufen 
1969  In het blad Ski van de N.Ski.V. wordt een oproep gedaan aan alle langlauf-geinteresseerden om zich te melden.  
  cie. Langlauf van de Nederlandse Ski Vereniging wordt opgericht. Voorzitter wordt Henk de Boer, de animator van het langlaufen in de eerste periode 
1970  Jan de Jong en Dick Vervloet nemen deel aan de Vasa Loppet 
1975  NK langlauf Hornsjo (NOR): Joop Teeuwisse, geen dameskampioene 
1976  NK langlauf Hornsjo (NOR): G.Pesman en Ilja Keizer 
1977  NK langlauf Ramsau: Joop Teeuwisse, Ilja Keizer 
  Eerste?? Internationale rolskiwedstrijd in Brussel met deelname van de Nederlandse mariniersploeg 
  Eerste Nederlandse rolskivereniging wordt opgericht: de Truma Rolski Club (o.a. Rob Vermeulen) 
1978  NK langlauf Ramsau: Jos Smits, Klaas Vos en Hannie van Dieten 
  Eerste Nederlandse langlaufvereniging wordt opgericht: Rotterdam Westland (o.a. George Brouwer) 
  Eerste deelname van Nederlanders aan WK door de mariniers Joop Teeuwisse, Jos Smits, John van Zanten en Klaas Vos 
  eerste rolskiwedstrijd in Nederland: 18 juni tijdens de Nationale Manifestatie Sport en Spel in Schaarsbergen. 
  Harald Herzog komt als eerste Nederlandse burger in de door mariniers gedomineerde langlaufkernploeg (trainer Sven Hoydall (NOR)) 
  er worden dit jaar 8 recreatieve rolskitochten georganiseerd 
1979  NK langlauf Ramsau: Joop van Zanten, Harald Herzog, Hannie van Dieten en Gitta Kappetein 
  Voor het eerst een estafettewedstrijd op de NK langlauf en voor het eerst de heren veteranenklasse (Cock Krouwel won). 
  Keiski wordt opgericht (door m.n. Richard van Egdom) 
  de Nederlandse langlaufselectie wordt uitgebreid tot 18 leden (waarvan 5 jeugdleden) 
  Marathonbekers worden voor de eerste?? keer uitgereikt. De beste Nederlanders op de diverse marathons krijgen een beker. Grootverzamelaar: Ton Rueck 
1980  NK langlauf Correncon (FRA): Harald Herzog, Margriet Krouwel en Marijke Bestenbreur 
  Joop Zoetemelk wint de B-klasse tijdens de NK langlauf 
  NK rolski Maassluis: Hans Biesboer en ??? 
  Bob Boverman wordt bondscoach en formeert de eerste jeugdselectie  
1981  NK langlauf Kössen (AUT):Martin Aalbersberg, Marijke Bestenbreur 
  NK langlauf lange afstand Girkhausen (GER):Harald Herzog, Gea Sonneveld 
  Eerste jeugd NK in Girkhausen (GER) 
  NK rolski Maastricht 
1982  NK langlauf Kössen (AUT):Martin Aalbersberg, Gea Sonneveld 
  NK langlauf lange afstand Ruhpolding (GER):Hans Biesboer, Gea Sonneveld 
  Uitstekend resultaat bij WK noords Oslo: Martin Aalbersberg scoorde 12,8% tijdsachterstand  
  4 weken sneeuw in Nederland met verschillende wedstrijden 
  NK rolski ??? 
  WK langlauf junioren in Murau (AUT) met Rijk Willemse, Ruben Krouwel, Andre van Prooyen, Kees Puijk en Marianne den Heijer, begeleiding Bob Boverman, Dick de Bles en George Jeremic 
1983  NK langlauf Kössen (AUT):Martin Aalbersberg, Bianca Teeling 
  De langlaufclubs vormen de Nederlandse Langlauf en Rolski Federatie (NLRF) met Siem Teeling als voorzitter  
  De NLRF wordt na lang onderhandelen officieel de Afdeling NLRF van de Nederlandse Ski Vereniging (later afdeling langlauf en rolski) 
1984  het rolski-trainingskamp in de Schoorlse duinen met meer dan 60 deelnemers 
  Sidney Teeling (tot 2002) en Hans Biesboer (tot 1987) benoemd tot bondscoaches langlauf-rolski 
  Ex-bondscoaches Boverman en Jeremic richten langlaufvereniging SkiCross Holland op, waarvan veel selectieleden lid worden 
  Holland Skiloop in het leven geroepen. Klassement voor Nederlandse marathonlanglaufers 
  Eerste van 10 Pontresina-stages o.l.v. Zby Vavra en Sidney Teeling 
  Junioren WK langlauf in Murau 
  NK langlauf Sillian (AUT): Martin Aalbersberg en Gitta Kappetein 
  Martin Aalbersberg is daarmee de laatste mariniers kampioen 
  Hans Biesboer doet als enige voor de 10e maal aan de NK langlauf mee 
  NK rolski Utrecht: 107 deelnemers! 
1985  5 Hollandcup wedstrijden (langlauf) in de Nederlandse sneeuw met 3 maal Studio Sport 
  sneeuwkamp jeugdselecties in Soesterduinen 
  eerste opleiding rolskileraar N.Ski.V: 24 geslaagden 
  NK rolski Maastricht: Martin Willems en Anja Wolthuis 
  Leo Lansbergen wint Holland LL-marathoncup 
  deelname aan WK noords in Seefeld: Gita Kappetein en Bianca Teeling, begeleiding Zby Vavra, Sidney Teeling 
  internationale doorbraak van het skaten op langlaufski's 
  NK langlauf Isny: Ruben Krouwel, Joost v.d. Maarl en Gitta Kappetein 
  WK langlauf junioren in Tasch (SUI): Ruben Krouwel en Kees Puijk, begeleiding Sidney Teeling 
1986  NK langlauf Isny: Kees Puijk, Joost v.d. Maarl, Marianne Vlasveld en Ria Uijtewaal 
  langlaufgedeelte van opleiding langlauf/rolskileraar van start met 23 deelnemers 
  De binding: het orgaan van de afdeling langlauf en rolski verschijnt voor het eerst 
  Holland Golden Cup Marathonteam in het leven geroepen, o.l.v. teamcaptain Zby Vavra 
  NK rolski Vlasakkers: Martin Willems en Inge Stevens 
  samenwerking NVSV en NLRF: start met gehandicapten-langlauf bij NSV 
  WK junioren Lake Placid: enige Nederlandse deelnemer Ruben Krouwel vestigt percentagerecord dat tot de tijd van Verdenius stand houdt 11,4% 
  NK rolski biatlon Leusderheide: Gita Jeremic en Niels Hopman 
1987  de twee eerste uit een lange reeks wintertriatlontitels van Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld 
  NK langlauf Isny: Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld 
  Lowlanders Isny: Krouwel 1e, 3e en 4e,  
  27 langlaufselectieleden 
  WK noords Oberstdorf: Ruben Krouwel en Kees Puijk, Puijk 50e op 50 km, begeleiding Sidne Teeling en Marcel van Minnen  
  eerste wintertriatlon Inzell: 1.Krouwel 2.Koenders 3. Schep 19.eerste vrouw: Vlasveld 
  Junioren WK noords: Marianne Vlasveld, Rob Stevens, Eelco Luksen, Niels Hopman, begeleiding Sidney Teeling 
  langlaufselectie bestaat uit 41 leden 
  Europese Rollski Federation (ERF) opgericht door Italie (Borrero, Crestani), Hongarije (Holeczy), Nederland (Sidney Teeling) en Duitsland (Adam en Gorlach)  
  NK rolski lange afstand in Hardenberg, 115 deelnemers, Niels Hopman en Carolien ten Bosch winnaars 
  eerste totale opleiding langlauf/rolskileraar afgerond 
  tweede opleiding langlauf/rolskileraar gestart 
  Eerste individuele medaille bij EK rolski: bergop in Bodenmais 
  Ruben Krouwel 2e achter Leo Visser bij AVRO Superstars 
  Carolien ten Bosch 3e in Alpentris 
  4 talentendagen en afsluitend trainingskamp in Zwiesel 
  NK rolski Dordrecht: Tjerk Schalkwijk en Marianne Vlasveld 
  Start van opleiding langlauf-rolskiinstructeur CIOS-Overveen, o.l.v. Joop Brand en Sidney Teeling 
1988  Paralympicsdeelname van Jan Visser en Tineke Hekman in Innsbruck 
  NK langlauf Zwiesel:Ruben Krouwel en en Carolien ten Bosch 
  5e 12-uursrace Den Haag 
  Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld weer 1e bij wintertriatlon Inzell 
  Ruben Krouwel wint sauna bij wintertriatlon Finland 
  Carolien ten Bosch wint Euroloppet (klassement van de grootste Europese marathons) 
  Langlaufclub SkiCross Holland wordt opgeheven 
  WK junioren Saalfelden deelnemers: Nils Boomsma, Jeroen Bakker, Rob Stevens, Helene van Schijndel, Marjorie van de Bunt en Inge Stevens, begeleiding Sidney Teeling, Kees Puijk en Niels Hopman, voor het eerst jongens en meisjesestafetteteam 
  Lowlanders in Isny met veel jeugd en juniorenmedailles voor Nederland  
  Henny Kroeske neemt als eerste burgerdame deel aan WK biatlon in Chamonix 
  15 vereniging aagesloten bij de afdeling langlauf en rolski van de N.Ski.V. 
  De normski wordt ingevoerd, tijdens alle cupwedstrijden en NK verplicht 
  Eerste (experimentele) opleiding voor langlauf-rolskitrainer 
  Eerste EK rolski in Hardenberg 
  Ruben Krouwel 3e bij EK bergop in Bodenmais achter de Italianen De Zolt en Dal Sasso  
  Niels Hopman 9e bij Skirolonga (Europacup in ITA) 
1989  Lowlanders Griekenland 
  langlaufselectie (inclusief marathon) bestaat uit 50 leden 
  WK noords senioren in Lahti (FIN), deelnemers Ruben Krouwel, Kees Puijk, Niels Hopman, Nils Boomsma, Rob Stevens en Marianne Vlasveld, Carolien ten Bosch, Helene van Schijndel, Rita van Driel en Marjorie v.d. Bunt, voor het eerst heren en dames-estafetteteam, begeleiding Sidney Teeling en Heinz Kohler 
  Marianne Vlasveld haalt 14,7% bij WK Lahti 
  voor het eerst een grote langlaufploeg naar de Universiade in Sofia: Rob Stevens, Ruben Krouwel, Nils Boomsma, Marjorie v.d. Bunt, Helene van Schijndel, Marianne Vlasveld, begeleiding Sidney Teeling en Jan Frits van Det 
  Lowlanders in Griekenland 
  NK langlauf Zwiesel: Ruben Krouwel en Niels Hopman, Marianne Vlasveld en Helene van Schijndel 
  NK rolski Dordrecht: Carolien ten Bosch en Kees Puijk 
  Langlaufvereniging Gouda krijgt een langlaufkunstbaan 
  Rita van Driel wordt benoemd tot assistent-bondscoach en gaat zich voornamelijk met de jeugd bezighouden 
  George Brouwer secretaris-penningmeester van de ERF, Sidney Teeling lid technische comissie 
  bijscholing voor alle instructeurs oude stijl 
  Rolskibiatlon op de Leusderheide met veel burgers en jeugdige biatleten 
  Nederlandse meisjes jeugd 2e op EK estafette in Budapest (Hoogwerf, Vonk,Stevens) 
  Vincent Vermeulen 1e junior bij Skirolonga en 4e bij EK bergop Schiio (ITA) 
  Nederland 5e in het EC rolski landenklassement 
  jeugdherfstkamp met 65 deelnemers 
  Jac Hermans wordt hoofdsponsor van de selecties 
  Start van opleiding langlaufinstructeur ALO Groningen o.l.v. Hans Wiertzema en Sidney Teeling 
  72 deelneemers aan de Pontresina-stage 
  Krouwel en Vlasveld winnen wederom wintertriatlon Inzell 
  eerste overrolweekend, speciaal voor recreatieve rolskiers 
1990  Totale triomf bij de wintertriathlon in Inzell: 1,2 en 3 bij de mannen (Ruben Krouwel, Kees Puijk, Niels Hopman) en 1 bij de vrouwen (Marianne Vlasveld) 
  NK langlauf in St.Michael (AUT): 
  120 "afgeleverde langlauf/rolskiinstructeurs en trainers in één seizoen 
  veel trainingsweekenden voor jonge springploeg in Meinerzhagen o.l.v. Gerrit Jan Konijnenberg 
  eerste sneeuwstage van springers in St. Moritz 
  NK langlauf in Obergoms (SUI): 
  7 geslaagden bij eerste langlauf-rolski trainersopleiding 
  43 kinderen bij jeugdkamp Obergoms 
  Marja de Moel 1e bij Skadiloppet en 2e in Euroloppet 
  tweede talentendag schansspringen 
  WK rolski junioren Les Saisies deelnemers Gert-Jan van Rheenen en Inge Stevens, begeleiding Sidney Teeling 


1991  de langlauf-rolskiselectie met hoofdsponsor Jac Hermans in maar liefst 8 Nederlandse televisiereportages 
  18 aangesloten clubs bij de afdeling langlauf en rolski 
  start nieuwe cursus langlauf-rolski instructeur 
  NK langlauf Goldegg (AUT): Ruben Krouwel en Marianne Vlasveld 
  WK noords in Val di Fiemme (ITA) met deelnemers Ruben Krouwel, Kees Puijk, Niels Hopman, Helene van Schijndel en Carolien ten Bosch 
  Ruben Krouwel verbetert eindelijk percentagerecord op WK van Martin Aalbersberg uit 1982: 12,3% 
  Junioren WK Reit im Winkl, deelnemers Gert-Jan van Rheenen en Dorien Hoogwerf, begeleiding Sidney Teeling, Gert-Jan van Rheenen benadert record van Ruben Krouwel: 13,3% 
  Nederland breekt door als rolskiland. 5 medailles voor tijdens Europese kampioenschappen, waarvan eerste Europese titel voor Helene van Schijndel bij de dames, een tweede plaats voor Gert-Jan van Rheenen bij de junioren em drie estafettemedailles 
  Wim en Paula Vermeulen bezorgden de langlaufselectie een eigen onderkomen in Ramsau: Haus Karlsruhe met als achtereenvolgens Marc Rolsma, Niels Hopman en Vincent Vermeulen en Dorien Hoogwerf als "Hüttenwirt  
  Talentwerving in Soesterberg, waar o.a. biatlete Gaby Willemsen en de springers Jeroen Nikkel, Niels de Groot en Maarten Homan ontdekt werden 
  start van rolskispeerpunt, waarbij zeer veel voornamelijk jeugdige deelnemers kennisgemaakt hebben met de rolskisport 
  De NLRF wordt formeel opgeheven. De afdeling langlauf en rolski wordt omgedoopt in afdeling noordse disciplines. Naast langlauf en rolski omvat de afdeling nu formeel ook de disciplines biatlon, schansspringen en noordse combinatie 
  De afdeling heeft ruim 400 licentiehouders 
  WC rolski: 
  NK rolski Baarn: Ruben Krouwel en Helene van Schijndel 
  fantastische Olympische Spelen in Lillehammer, Marjorie v.d. Bunt wint goud op de Paralympics 
1992  NK langlauf Weissensee: Kees Puijk, Vincent Vermeulen en Carolien ten Bosch 
  Lowlanders Isny: Ruben Krouwel 3 x eerste, 2e plaatsen voor estafettes, 1e en 3e plaats van Helene van Schijndel 
  Carolien ten Bosch 2e bij Konig Ludwiglauf (marathon) 
  NK en Lowlanders Schansspringen Isny: Maarten Homan 2e Lowlander en Nederlands kampioen, Peter van Hal verspeelde zijn kans door val 
  Richard Jansen en Maarten Homan worden Nederlands eerste noordse combinatie atleten 
  laatste lichting biatlon-mariniers wordt naar Cambodja gestuurd, afdeling noords besluit nieuwe biatlonploeg op te zetten, onder leiding van Hans Sinke en Jan Vosmeijer 
  talentwerving in Soesterberg voor biatlon en schansspringen 
  Junioren WK noords: Gijsbregt Brouwer als enige Nederlandse deelnemer succesvol met 3e Nederlandse prestatie achter Ruben Krouwel en Gert Jan van Rheenen, begeleiding Rita van Driel 
  9 geslaagden bij opleiding langlauf-rolskiinstructeur 
  9 medailles bij EK rolski in Heerlen en 's Gravendeel, waarvan 3 maal goud voor Gijsbregt Brouwer (jeugd)  
  Sidney Teeling wordt technisch coordinator noords, Jirka Blaha (langlauf), Hans Sinke en Jan Vosmeijer (biatlon) en Gerrit-Jan Konijnenberg (springen) zijn de trainers voor de diverse disciplines 
  zeer veel eremetaal voor Nederland bij de Rollerski Worldgames in Den Haag, waaronder die van het toen nog zeer jonge superkwartet: de zusjes Straub en Hauwert  
  Wintertriatlon Weissensee: Krouwel en Vlasveld winnen, Puijk 3e 
  19 aangesloten verenigingen bij afdeling noords 
  deelname Jan Visser en Tineke Hekman aan Paralympics Albertville 
  Nederlandse rolskimerk Eagle Sport breekt internationaal door 
  Carolien ten Bosch 2e in Euroloppet en Alpentris (2 langlaufmarathonklassementen) 
  Jirka Blaha gaat Sidney Teeling assisteren als trainer van de langlaufselectie 
  WK Falun noords: deelnemers Ruben Krouwel, Kees Puijk, Vincent Vermeulen, Niels Hopman, Jan Jacob Verdenius, Gert Jan van Rheenen, Rob Stevens, Marianne Vlasveld, Helene van Schijndel, Carolien en Bosch, begeleiding Sidney Teeling, Jirka Blaha, Jaap Bax en Sidney Teeling, herenestafetteteam laat 6 ploegen achter zich 
1993  Universiade in Zakopane: Gijsbregt Brouwer en Nils Boomsma, onder leiding van Rita van Driel 
  start tweede trainersopleiding 
  WK junioren Harrachov: Deelnemers Jan Jacob Verdenius, Gijsbregt Brouwer, Michiel de Groot, Sander Mossing Holsteijn, Jasper van de Reep, Alewijn Brouwer en Froutje Fruithof, begeleiding Sidney Teeling en Jirka Blaha 
  Jan Jacob Verdenius wordt 17e op de Junioren WK. Jirka Blaha breekt zijn arm en waxt de ski's tot diep in de nacht met 1 arm! 
  NK langlauf Weissensee: Niels Hopman, Jan Jacob Verdenius en Marianne Vlasveld 
  Wintertriatlon Weissensee: Krouwel voor het eerst op specialiteit verslagen door Mark Koks, Rob Stevens 4e, Marianne Vlasveld weer eerste 
  EJOD in Aosta: Sandra en Saskia Hauwert, Judith Vermeulen, Dolf Hoogwerf, Alewijn Brouwer en Michiel de Groot. Beste prestatie Dolf Hoogwerf 33e van de 66. 
  Niels de Groot en Jeroen Nikkel komen in jeugdspringteam 
  Peter van Hal Nederlands kampioen schansspringen 
  Marjorie van de Bunt komt voor het eerst uit bij een wedstrijd voor aangepaste (handhandcap) sporters en wordt meteen Europees kampioene in Baiersbronn 
  ERF wordt opgenomen door de F.I.S. George Brouwer wordt eerste voorzitter van de rolskicommissie (een subcie. van de langlaufcie.) 
  Eerste officieuze WK rolski (Worldgames) in Den Haag: goud voor Verdenius (junioren), meisjes junioren estafette en ploegentijdrit (Elsbeth en Annemarie Straub, Sandra en Saskia Hauwert), zilver voor estafette mannen (Puijk, Boomsma, Krouwel) en estafette jongens junioen (Verdenius, De Groot, G.Brouwer), brons voor estafette en teamrace dames (Van Driel, Ten Bosch, Van Schijndel) 
  opening van het rolskiparkoers in Bergschenhoek 
  Peter van Hal wint Lowlanders Schansspringen in Meinerzhagen  
  Peter van Hal springt als eerste Nederlander van een K120 schans 
  Langlaufbijscholing in Ramsau 
  Langlauftrainer Jirka Blaha overlijdt na hartstilstand bij trainingsstage in Ramsau. Zijn dood heeft een enorme impact op en rond de Nederlandse langlaufselectie  
  Vladimir (Gustav) Sturm (CZE) wordt nieuwe langlaufselectietrainer 
  Helene van Schijndel, Saskia Hauwert, Michiel de Groot en Frans Thevis winnen overall-klassement rolskiWC, Nederland eerste in landenklassement 
  Eerste NK biatlon in Bayrisch Eisenstein met Erik van Leeuwen en Marjolein Ernst als kampioenen 
1994  Siem Teeling neemt na 11 jaar gedwongen afscheid als voorzitter van de afdeling noords en wordt opgevolgd door Cees van de Aardweg 
  NK langlauf Weissensee: Jan Jacob Verdenius, Helene van Schijndel en Carolien ten Bosch 
  Wintertriatlon Weissensee: 1 Jan Jacob Verdenius, 3 Ruben Krouwel, 4 Michiel de Groot, Marianne Vlasveld voor het eerst verslagen door Katinka Wiltenburg 
  Junioren WK langlauf Breitenwang: Sandra en Saskia Hauwert, Annemarie Straub, Gijsbregt Brouwer, Michiel de Groot, Alewijn Brouwer en Remco Schampers, begeleiding Sidney Teeling, Gustav Sturm, Rien Straub, Heinz Kohler 
  WC-rolski overall zeges voor Jan Jacob Verdenius (heren), Helene van Schijndel (dames), Michiel de Groot (jongens jeugd) en Elsbeth Straub (meisjes jeugd).  
  Worldgames Castello Tesino: 3 maal estafette goud: heren (Verdenius, Van Rheenen, Hopman), jongens junioren (De Groot, Mossing Holsteijn, Hoogwerf) en meisjes junioren (Straub, Straub, Sandra Hauwert), goud voor teamrace meisjes (Straub 2x en Hauwert 2x), brons voor mannen Teamrace (Hopman, Boomsma, Van Rheenen, de Groot) 
  4 maal goud bij EK rolski voor de jeugd: Elsbeth Straub en Michiel de Groot en de estafetteteams jongens (Hoogwerf, De Groot, Brouwer) en meisjes (Elsbeth en Annemarie Straub, Sandra Hauwert)  
  Bianca Teeling neemt na 7,5 jaar afscheid als (buro)coordinator noordse disciplines en wordt opgevolgd door Yvette Moerings 
  eerste overwinningen voor Nederlandse springers in Willingen en Meinerzhagen 
  voor het eerst naast selecties langlauf en rolski ook selecties biatlon, schansspringen en noordse combinatie 
  NK langlauf Weissensee: Jan Jacob Verdenius, Vincent Vermeulen, Marian Vlasveld en Sandra Hauwert 
1995  NK biatlon Oberwiesenthal: Peter Keurntjes en Sandra Hauwert 
  NK schansspringen Oberwiesenthal: Peter van Hal 
  NK Noordse combinatie Oberwiesenthal: Richard Jansen 
  Horst Tielmann wordt trainer van de schansspringers en noordse combiners 
  EJOD in Andorra: Elsbeth Straub en Sijbrand Verkerk onder begeleiding van Gustav Sturm en Sidney Teeling (Elsbeth 32e van de 62) 
  Junioren WK noords in Gallivare (SWE) met voor het eerst een nordic combiner Richard Jansen, naast de langlaufers Michiel de Groot, Dolf Hoogwerf, Alewijn Brouwer, Jasper v.d. Reep en Sander Mossing Holsteijn, Elsbeth en Annemarie Straub. Michiel de Groot 53e van de 98, Dolf Hoogwerf 60e van de 95. Begeleiding: Gustav Sturm, Sidney Teeling, Rien Straub, Horst Tielmann 
  Vincent Vermeulen haalt 76 FIS-punten bij WC Ostersund 
  WK noords in Thunderbay met langlaufers Jan Jacob Verdenius, Vincent Vermeulen, Niels Hopman, Michiel de Groot, springer Peter van Hal en combiner Richard Jansen. Begeleiding Gustav Sturm, Heinz Kohler, Horst Tielmann en Sidney Teeling. Door ziekte van bijna de complete ploeg wordt het een deceptie. 
  Universiade in Spaanse Jaca: langlaufers Gijsbregt Brouwer, Sander Mossing Holsteijn, Sandra en Saskia Hauwert, springer Peter van Hal en begeleiders Jan Frits van Det, Sidney Teeling, Gustav Sturm en Horst Tielmann 
  eerste deelname aan WK biatlon junioren in Zwitserse Andermatt: Sandra en Saskia Hauwert, begeleiding Hans Sinke en Jan Vosmeijer 
  Worldgames Flen: zilver voor meisjes ploegentijdrit en estafette (Straub, Straub, Hauwert, Hauwert), brons jongens estafette en mannen Teamrace (Verdenius, G.Brouwer, Hopman, Van Leeuwen), brons voor jongens estafette: Alewijn Brouwer, de Groot, Mossing Holsteijn 
  EK rolski masters/jeugd: goud voor Sandra Hauwert (meisjes jeugd) en estafette meisjes (Elsbeth Straub, Sandra en Saskia Hauwert) 
  WC rolski totaalklassement: Nederland 4e, plaatsen 1t/m4 bij meisjes jeugd:1.Sandra Hauwert, 2.Annemarie Straub, 3.Saskia Hauwert, 4.Elsbeth Straub, Sander Mossing Holsteijn 3e jongens junioren 


  Sandra Hauwert 33e op junioren WK biatlon