Langlaufen op wieltjes

Rolskiën
Wat skeeleren is voor de schaatsers, is rolskiën voor de langlaufers en skiskaters. Rolski is in de jaren ‘50 ontstaan als trainingsvorm voor het langlaufen, maar inmiddels uitgegroeid tot een zelfstandige sport met wedstrijden en toertochten. Er worden jaarlijks wereldcupwedstrijden georganiseerd en iedere twee jaar een wereldkampioenschap. Het vlakke Nederland leent zich met zijn veel fietspaden en rustige B-wegen uitstekend voor het maken van tochten. Het asfalt hoeft niet zo glad te zijn als voor skaten en skeeleren. Er zijn ook rolski’s die geschikt zijn voor het rollen op schelpen- en gravelpaden. Omdat de trainingsmogelijkheden zo goed zijn, spreekt de Nederlandse rolskiselectie in de wereld een aardig woordje mee. Alleen voor de training van bergopwedstrijden moet natuurlijk altijd naar het buitenland worden uitgeweken.
Cursus noodzakelijk
Hoewel rolskiën niet moeilijk is, moeten de basistechnieken wel aangeleerd worden. Nordic skate is een goede opstap naar rolski. Pas als een rolskiër goed kan draaien en remmen is het verantwoord als hij zelfstandig op pad gaat.

Veel verschillende rolski’s
Nog steeds is rolskiën één van de belangrijkste trainingscomponenten voor wedstrijdlanglaufers. Zij gebruiken langzame rolski’s om het trainingseffect te vergroten. Net als in de sneeuw is er een scheiding in klassiek en skating. Voor de klassieke technieken zijn er rolski’s met wielen die alleen vooruit kunnen draaien, zodat een beenafzet mogelijk is. Skaterolski’s hebben zo’n blokkering in de wielen natuurlijk niet nodig. Wedstrijdrolskiërs gebruiken het snelste materiaal, waarop op vlak terrein snelheden tot 40 kilometer per uur worden bereikt. De schoenen en bindingen zijn dezelfde die voor het langlaufen en skiskaten gebruikt worden. De stokken moeten voorzien zijn van hardmetalen widea-punten.

Meer informatie over rolskien vind je op www.rolskipagina.nl